Een oude en een nieuwe Xerxes

Faravahar, het zichtbare aspect van Ahuramazda (Persepolis)

In het eerste hoofdstuk van Xerxes in Griekenland behandel ik de informatie waarop oudheidkundigen hun reconstructie van zijn oorlog tegen de Grieken baseren. Dat is voornamelijk de tekst die bekendstaat als de Historiën van Herodotos. Dat boek, een amusante collectie verhalen met als rode draad de expansie van het Perzische Rijk, staat bomvol informatie en je kunt er diverse Xerxes-beelden uit distilleren. Meestal lezen mensen er een verhaal in over een harde oosterse heerser die enerzijds zijn menselijke maat tegenover de goden niet kende en anderzijds in staat was tot generositeit én een open oog had vrouwelijk schoon.

Die interpretatie lijkt gebaseerd op het Bijbelboek Esther. Daarin belandt Xerxes in problemen van eigen makelij, die hij niet zou hebben gehad als hij meer pietas zou hebben bezeten: het juiste respect voor de God boven hem en de mensen onder hem – in casu een koningin die hij in een dronken bui heeft beledigd. Toen Herodotos’ Historiën in West-Europa bekend werden, was deze Bijbeltekst het model bij de lectuur en de Historiën zijn rijk genoeg om voorbeelden te vinden om Xerxes op deze manier te interpreteren.

De grote ontwikkeling van de laatste halve eeuw is geweest dat er een nieuwe achtergrond is gekomen om Herodotos tegenaan te houden: een beter begrip van de oosterse cultuur. Samenvattend komt het erop neer dat Ahuramazda, de Perzische oppergod, een goede wereld had geschapen, dat Xerxes’ vader Darius deze had gepacificeerd en dat de wereld sindsdien volmaakt was. Wat afweek van de norm, was dus fout (“de leugen” in Perzisch jargon) en het was goed dat te bestraffen. In Xerxes’ eigen woorden:

Degene die mij helpt, hem beloon ik in overeenstemming met zijn hulp. Degene die schade toebrengt, hem straf ik in overeenstemming met de schade. Het is niet mijn wens dat mensen schade toebrengen en het is ook niet mijn wens dat wie schade toebrengt onbestraft blijft.

Dit – Xerxes citeert hier zijn vader en neemt het over – was wie Xerxes moest zijn en toont dat hij in zekere zin de gevangene was van zijn koninklijke rol. Xerxes was geen wrede oosterse heerser, hij moest rechtvaardig zijn, juist omdat hij zijn maat tegenover de goden wél kende.