Triëre

Model van een triëre (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

In Xerxes in Griekenland heb ik het meestal over galeien, maar de vakterm voor het type oorlogsschip dat zo belangrijk was tijdens de Perzische Oorlog is triëre. Soms spreekt men wel van trireme, de Latijnse naam. Zo’n schip was bijna veertig meter lang en ongeveer vier meter breed en had een kruissnelheid van zes knopen. Aan beide kanten zaten professionele roeiers op drie rijen – vandaar de naam, die zoiets als “driedekker” betekent. Al met al waren er 170 roeiers.

De verdere bemanning bestond uit dertig infanteristen en vier boogschutters, tien matrozen, een kapitein (de trierarch) en een fluitspeler die de roeiers het ritme aangaf. Omdat elke man één drachme per dag ontving, waren de kosten van een triëre iets meer dan één talent per maand, wat zulke schepen vrij duur maakte. Tijdens een zeeslag probeerden de schepen andere galeien te rammen, maar even vaak gingen de mariniers aan boord van het schip van hun vijand.

De triëre lijkt te zijn ontwikkeld in de Fenicische stad Sidon, al gaven de Grieken het krediet liever aan de Griekse stad Korinthe. Aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. begonnen de Grieken grotere oorlogsbodems te bouwen, met twee mannen op de bovenste en middelste riemen. Deze schepen werden pentere genoemd en zouden het reguliere oorlogsschip zijn in de zeeoorlogen tussen Karthago en de Romeinse republiek.