Er is geen jaar nul

Als keizer Trajanus net zo leergierig was geweest als Alexander de Grote had ik dit blogstukje vandaag niet hoeven schrijven. Toen Alexander de stad Babylon veroverde, liet hij zijn wetenschappelijk adviseur (vrijwel zeker Kallisthenes) inventariseren wat daar aan interessante informatie in de bibliotheken lag. Daarbij behoorde een grote hoeveelheid astronomische waarnemingen en de beste benadering van het zonnejaar die de wereld tot dan toe had gezien. Binnen een jaar had Alexander de Griekse kalenders laten aanpassen: ze waren niet langer gebaseerd op de Cyclus van Meton maar op die van Kallippos. Ook de Canon van Ptolemaios gaat op deze culturele roofbuit terug. En het idee van een wereldbibliotheek, zoals later toegepast in Alexandrië.

Maar Trajanus was dus niet zo leergierig en zo kwam het dat een belangrijke uitvinding die de Babylonische geleerden in de tussentijd hadden gedaan, de nul, niet bekend werd in het westen tot Gerbert van Aurillac en Fibonacci die in de Volle Middeleeuwen introduceerden. Hierdoor telt onze jaartelling, die vorm kreeg in de zesde eeuw n.Chr., vooruit (het jaar één, het jaar twee, het jaar drie…) en achteruit (één voor Christus, twee voor Christus…). Zo werkten alle antieke kalenders met een vast beginpunt. De ellende is dat als je vlot wil rekenen, optellen en aftrekken dus, een jaar nul wel makkelijk zou zijn en astronomen hebben dan ook een alternatieve jaartelling waarin ze wel een nul hebben. Het jaar dat u en ik kennen als één voor Christus is dus het astronomische jaar nul en het jaar 480 v.Chr. is -479.

Doordat er geen jaar nul is, ontstaat een vervelende instinker, namelijk dat je al snel rekenfouten maakt. De American School of Classical Studies in Athene herdacht in 2010 de slag van Marathon, die plaatsvond in 490 v.Chr., als een gebeurtenis van 2500 jaar geleden had plaatsgevonden. Dus één jaar te vroeg. Ze deden de herdenking een jaar later nog maar eens over. Daar is destijds nogal om gegrinnikt, en nu kunnen we het opnieuw doen, want de Griekse munt heeft stukken van twee en tien euro laten slaan ter herdenking van de nederlaag bij Thermopylai, waarvan ze zeggen dat die aanstaande zomer 2500  jaar geleden is geïntroduceerd.

Nu zal ik op deze slak geen zout leggen en wil ik heus wel een gevoelsjaartelling introduceren, maar voor een historicus maakt het wel uit. De zeeslag bij Salamis vond plaats op een van de laatste dagen van september 480 v.Chr. Om te begrijpen wat er gebeurde, moet je weten dat daaraan een vrijwel maanloze nacht vooraf ging. De Grieken hoorden dat er Perzische manoeuvres waren maar konden die niet zien. Omgekeerd zagen de Perzen niet goed waar hun vloten waren en het is mogelijk dat het Egyptische eskader de weg is kwijtgeraakt. Wie er een jaar naast zit, belandt in een heel andere maanfase en begrijpt deze gebeurtenis niet goed.

Soortgelijke problemen zijn er bij de verwisseling van de Juliaanse en de Gregoriaanse kalender. Als je wat verder teruggaat, beland je, als je die aan elkaar gelijkstelt, in het verkeerde seizoen. Nog een andere kwestie is de verwisseling van varroïaanse en gebruikelijke jaartelling. Ik blogde daar al eens over.

Maken wetenschappers dit soort fouten nu ook? Jazeker. De auteur van het grote commentaar op Livius’ eerste vijf boeken, R.M. Ogilvie, heeft er merkbaar moeite mee gehad en maakt regelmatig chronologische vergissingen. Ik werk zelf met een digitaal planetarium om te zien hoe de hemel was ten tijde van gebeurtenissen die ik beschrijf, en ik moet altijd weer geconcentreerd zijn als ik de datum invoer: moet ik er nu één bij optellen of moet ik het er nou van aftrekken? Ellende.

Wat de Grieken heeft doen besluiten om die munten überhaupt uit te geven, is overigens ook een raadsel. Elk land zijn mythe, daar niet van, maar als historicus gruw ik van de minachting voor de wetenschap die eruit spreekt. Ik ben niet de enige die het verontrustend vind. In een land waar een geschiedkundige premier is, zou het natuurlijk nóóit gebeuren dat een regeringsleider achterhaalde historische mythes uitkraamt.